Haarlemmers helpen slachtoffers Watersnoodramp

Jonge Haarlemse vrouwen helpen in Oude-Tonge
Jonge Haarlemse vrouwen helpen in Oude-Tonge. Foto uit collectie Nationaal Archief

Honderden Haarlemmers gingen in 1953 naar Zeeland en Zuid-Holland om te helpen na de verschrikkelijke watersnoodramp. Van dokters tot stratenmakers en van ambtenaren tot ‘flinke meisjes’ van de Nijverheidsschool. Ze gingen aan de slag in Oude-Tonge, een zwaar getroffen dorp dat door onze stad werd ‘geadopteerd’.

In de vroege ochtend van 1 februari 1953 zorgde een hevige noordwesterstorm en een springtij ervoor dat het water zo wild en hoog werd dat de dijken in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland doorbraken. Een van de eerste dijken die het begaf, was die bij het dorp Oude-Tonge op het eiland Goeree-Overflakkee in Zuid-Holland. Het woeste water stroomde zo snel dat het dorp binnen een half uur 2 tot 3 meter onder water stond.

1.835 doden

In de dagen daarna werd duidelijk hoe hevig de verwoesting was. In het hele ondergelopen gebied waren 4.500 gebouwen verwoest. Ongeveer 100.000 mensen moesten evacueren omdat hun huis weg was of zwaar beschadigd. In totaal waren er 1.835 dodelijke slachtoffers. 305 van hen kwamen uit Oude-Tonge. Het dorp was een van de zwaarst getroffen gemeenten.

Kaart overstromingen 1953
Het rampgebied door CBS in kaart gebracht. Bron CBS

Er was heel veel hulp nodig. Bijna elke getroffen plaats in het rampgebied werd daarom door een andere gemeente ‘geadopteerd’. Haarlem besloot Oude-Tonge voor ruim een jaar te adopteren. Dit betekende dat Haarlem geld en goederen gaf, maar ook heel belangrijk: Haarlemmers die gingen helpen met schoonmaken of andere klussen. Er werd een werkgroep in het leven geroepen, die de hulp en de mensen regelde: het Haarlems Adoptie Comité. De burgemeester en wethouders van Haarlem brachten samen met mensen van dit comité op 28 februari een bezoek aan het getroffen dorp. Op 4 maart vertrok de eerste Haarlemse hulpploeg naar Oude-Tonge.

Spullen inzamelen

Waar bestond de hulp uit? Natuurlijk uit geld. Niet alleen het gemeentebestuur (eerst 15.000 gulden en later nog eens 35.000 gulden) gaf geld, maar ook bedrijven, organisaties en inwoners deden dat.

Er werden ook spullen ingezameld, zoals speelgoed, babykleertjes en kleding voor mensen die bijna niets meer hadden. En honderden Haarlemmers gingen ook naar Oude-Tonge om daar te helpen.

Zo waren er dokters die een dokter in het getroffen dorp hielpen met een betonnen vloer in zijn huis omdat dit buiten de schadeverzekering viel. Andere Haarlemmers hielpen Oude-Tongenaren met financiële afwikkeling met verzekeringsmaatschappijen. Ook stratenmakers, ambtenaren en ongeveer 100 arbeiders van grote en kleine Haarlemse bedrijven hielpen met de wederopbouw. Zo bouwden ze een kantine in het dorp en werd de hele inrichting ervan door Haarlem geschonken. In deze kantine konden 100 mensen eten en biljart spelen of pingpongen.

Uitstekende lichamelijke conditie

Over de Haarlemse mannen die hielpen, schreef het Haarlems Dagblad: "Uiteraard komen voor het werk in Oude-Tonge alleen mannen in aanmerking die bekend zijn met grond- en graafwerk en daarbij, en dit is bijzonder belangrijk, over een uitstekende lichamelijke conditie beschikken."

Het woeste water had huizen meegesleurd, schuren en andere gebouwen. Dat moest allemaal worden opgeruimd. En de huizen die niet waren verwoest, werden schoongemaakt. "Half Mei zullen, volgens berekening alle huizen 'schoon' zijn. 130 Haarlemse vrouwen en meisjes zullen daar tegen die tijd aan hebben meegewerkt”, was in de Nieuwe Haarlemsche Krant op 18 april 1953 te lezen.

Flinke meisjes

Een deel van deze jonge vrouwen zat op de Protestants Christelijke Nijverheidsschool in de Tetterodestraat. Ze gingen ongeveer 10 dagen aan de slag in het dorp. De directrice van de school liet haar leerlingen met een gerust hart gaan. "De meisjes zijn namelijk allen in de opleiding voor kinderverzorgster en huishoudkundige en hebben dus wel degelijk geleerd de handen uit de mouwen te steken”, zei ze tegen het Haarlems Dagblad. "Flinke meisjes boven de 18 jaar", aldus de krant.

Haarlemse meisjes helpen in Oude Tonge
Haarlemse meisjes helpen in Oude-Tonge. Foto uit collectie Nationaal Archief

In april berichtte het Haarlems Dagblad dat er louter lof was voor de Haarlemse helpers in het rampgebied. "Oude Tonge rekent rotsvast op de Spaarnestad."

Naar Haarlem op vakantie

In de zomer van 1953 gingen alle jongens en meisjes tussen de 6 en 12 jaar uit het dorp op uitnodiging van het Haarlems Adoptie Comité op vakantie naar Haarlem. "Dat bewijst wel hoezeer Haarlem het vertrouwen heeft van de Oude Tongenaren, die zonder uitzondering hun kroost voor twee weken aan onze zorgen willen overlaten", aldus een comitélid in het Haarlems Dagblad. De 250 jongens en meisjes logeerden bij Haarlemse gastgezinnen.

Toen ze na 2 weken weer naar huis gingen, kregen ze een cadeautje mee. De jongens kregen een potlood met daarop het Haarlems logo, de meisjes een broche met het wapen.

Opgevangen dieren

De ramp kostte ook heel veel dierenlevens. Maar gelukkig werden ook dieren gered. De dierenbescherming zorgde ervoor dat honden, katten, kippen en konijnen op verschillende plekken in Nederland werden opgevangen. Een reddingsploeg van de Dierenbescherming uit Haarlem redde dieren en bracht ze naar Haarlem. De kleine huisdieren logeerden in het ‘Dierentehuis der vereniging te Haarlem’ in de Ridderstraat.

"Het in nood verkerende dier wordt in Haarlem niet vergeten", schreef de Nieuwe Haarlemsche Courant. In april konden de eerste huisdieren weer naar huis. “De tijdelijke eigenaren hadden zich reeds zo aan de dieren gehecht, dat het hun moeite kostte afscheid van hun gasten te nemen."

Tijdens de watersnoodramp geëvacueerde huisdieren
Tijdens de watersnoodramp geëvacueerde huisdieren worden vanuit Haarlem weer teruggebracht naar Middelharnis. Foto door fotopersbureau De Boer uit collectie Noord-Hollands Archief

Beeld voor begraafplaats

De Haarlemse beeldhouwster Janneke Ducro-Kruijer maakte een beeld voor het dorp dat de inwoners van Haarlem aan Oude-Tonge zouden aanbieden. Het beeld dat bedoeld was voor de begraafplaats in Oude-Tonge, was in november van 1953 te zien op de Grote Markt.

Tijdelijk monument op de Grote Markt ter nagedachtenis van de Watersnoodramp
Tijdelijk monument op de Grote Markt ter nagedachtenis van de watersnoodramp in 1953. Foto door fotopersbureau De Boer uit collectie Noord-Hollands Archief

Gedenkraam

Als dank voor alle hulp schonk Oude-Tonge Haarlem een glas-in-loodraam, gemaakt door de Haarlemse glasschilder Karel Trautwein.

Glas-in-loodraam, aangeboden door de gemeente Oude-Tonge in 1954
Glas-in-loodraam, aangeboden door de gemeente Oude-Tonge in 1954, als dank voor de hulp door Haarlem tijdens de watersnoodramp. Foto door fotopersbureau De Boer uit collectie Noord-Hollands Archief

Op 24 februari 1954 werd het gedenkraam onthuld in het stadhuis, waar het nu nog steeds is te zien. De Haarlemse burgemeester Cremers zei dat het een monument is van verbondenheid tussen Haarlem en Oude-Tonge, "die voor ons een grote winst betekent."

Het gedenkraam in het stadhuis
Het gedenkraam vind je nog altijd in het stadhuis

Ook een mooie eer is dat er in Oude-Tonge een straat naar onze stad is vernoemd!

De Haarlemmerstraat in Oude-Tonge
De Haarlemmerstraat in Oude-Tonge. Foto door Google