Jong en oud, arm en rijk iedereen dronk elke dag bier

 Het Spaarne bij de brouwerij 'De Drie Klaveren' en de Eendjes- of Leidse Waterpoort in Haarlem, ca.1660. Beeld: Noord-Hollands Archief.
Het Spaarne bij de brouwerij 'De Drie Klaveren' en de Eendjes- of Leidse Waterpoort in Haarlem, ca.1660. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Wist u dat Haarlems bier niet alleen anno 2022 bekend en geliefd is buiten de stadsgrenzen? Dat was in de 15de eeuw al zo. Ga mee in de #haarlemsetijdmachine!

Tekening uit 1782 van het Spaarne bij de Turfmarkt
Deze tekening uit 1782 laat het Spaarne zien bij de Turfmarkt. De brug die je ziet, is de Wapenbrug. Die was vernoemd naar de brouwerij 't Haarlemsche Wapen die zich daarbij bevond. Foto: Noord-Hollands Archief

In 1430 waren er tientallen bierbrouwerijen in Haarlem. Je vond ze vooral aan het Spaarne en de Bakenessergracht omdat dit goede waterverbindingen waren.

Het smaakte vroeger niet zo lekker

Het bier dat heel vroeger werd gemaakt, smaakte naar onze huidige smaak niet heel lekker, weet Anja van Zalinge, stadsarcheologe van Haarlem. "In de 10de-14de eeuw werd het bier gemaakt van gruit, dat zijn kruidenmengsels.” Dit gruitbier was niet zo lang houdbaar en kon dus niet ver vervoerd worden.

Na die tijd werd het bier van hop gemaakt. Hop is een goed conserveringsmiddel, dus het bier kon ook geëxporteerd worden. Maar net zo belangrijk: mensen vonden het lekkerder dan gruitbier!

Haarlem was in die tijd heel goed in bier brouwen omdat we veel zuiver (duin)water hadden, een belangrijk ingrediënt voor bier. Rond 1500 produceerden onze oude stadsgenoten zo'n 3 miljoen liter bier per jaar!

Opgegraven houten waterleiding
Dit is een opgegraven houten waterleiding van een brouwerij aan het Spaarne. De leiding liep vanaf de rivier tot in het gebouw (1300-1400) Foto door Archeologisch Museum Haarlem.

Thee en koffie waren er nog niet

“Het bier was niet alleen lekkerder dan het drinkwater toen, maar ook gezonder. Er zaten vanwege de bereiding minder bacteriën in dan in drinkwater. Andere dranken zoals wijn en honingdranken waren duur en koffie en thee waren er nog niet. Daarom dronken jong en oud, arm en rijk elke dag bier”, vertelt Anja.

Bier was dorstlessend en best voedzaam vanwege de granen die erin zaten. Je kon zelfs er een beetje aangeschoten van raken. Echt een klein beetje hoor, want het alcoholpercentage was maar ongeveer 0,2 tot maximaal 2,5 procent. Als je nu een gewoon biertje in de kroeg bestelt, een pilsje, dan is-ie zo'n 5 procent.

Stenen trechterbekers waaruit de mensen hun bier dronken (15de eeuw)
Stenen trechterbekers waaruit de mensen hun bier dronken (15de eeuw).

Spaarne was nuttig

In het begin werd het water uit het Spaarne gebruikt, maar toen de stad groter werd, raakte dat water vervuild. De brouwers gebruikten toen water uit Bloemendaal en Overveen, via de Brouwersvaart. Het Spaarne bleef wel belangrijk, de rivier was nuttig voor de aan- en afvoer van grondstoffen. In de buurt van Haarlem vond je volop turf, dat de mensen gebruikten als brandstof voor de brouwketels.

De productie en natuurlijk ook de consumptie van bier was heel goed voor de economie. Het stadsbestuur was daar wel blij mee, want de belastingen die op het bier werden geheven, kwamen de stad ten goede.

Haarlems bier was populair

Het Haarlems bier was populair in ons land want het was van zeer goede kwaliteit! En lekker, zo ontdekten ook de Friezen in Leeuwarden in 1487. Anja: “Terwijl ze eigenlijk helemaal geen Haarlems bier mochten drinken!”

De vereniging van de brouwers in Leeuwarden was machtig. Dit brouwersgilde besloot dat alleen het door hun gebrouwen bier in de stad verkocht en gedronken mocht worden. Maar op een zomeravond in dat jaar schonk een kastelein Haarlems bier. En dat vonden ze mensen veel lekkerder! De bierbrouwers in Leeuwarden waren hier niet blij mee en het werd een groot conflict waar vele doden bij vielen. In de geschiedenisboeken heet dit ‘Het Leeuwarder Bieroproer’.

Bierbrouwende burgemeester

Er was in de 16de eeuw zelfs een Haarlemse burgemeester, Matheus Augustijnz, die bier brouwde.

Maar veel Haarlemse brouwerijen hadden niet het eeuwige leven. Van de tientallen brouwerijen bleven er na het Spaans beleg in 1572-1573 nog maar 7 over. Gelukkig waren dat er in 1612 alweer 44. In de jaren daarna was Haarlem goed voor 24 procent van de bierproductie ons land - dat waren ongeveer 215.000 vaten per jaar.

Op de biermarkt groeide de concurrentie en steeg de vraag naar bier. Kleine Haarlemse brouwerijen kregen het daardoor best wel moeilijk. Grote brouwerijen namen veel van hen over. Vanaf de 17de eeuw stagneerde de bierproductie. In 1665 had Haarlem 35 bierbrouwerijen, in 1699 nog maar 15.

In 2022 kennen we 6 Haarlems bierbrouwerijen: Jopen, Uiltje, Lokaal, Briljant Brouwhuis, Apenzaken, De Gooth.

Anja: “Het zou écht heel leuk zijn als iemand een keer dat hele oude gruitbier zou kunnen brouwen. Want hoe zou het smaken? Is het echt zo vies als je bedenkt hoeveel soorten bieren we nu kennen en hoe goed die zijn?”

Bier & Baard-tentoontstelling

Tot en met 30 oktober 2022 kunt u in het Archeologisch Museum Haarlem de tentoonstelling 'Bier & Baard. Brouwen en drinken in vroeger tijden (1300-1700)' bezoeken.