Nieuwjaarstoespraak burgemeester Wienen

Stadhuis

Burgemeester Jos Wienen hield 5 januari 2026 zijn jaarlijkse nieuwjaarstoespraak in de Gravenzaal van het stadhuis. Hij sprak over het belang van mensen die voor elkaar zorgen in de stad. Hij haalde verhalen aan van honderdjarigen, buurtinitiatieven en lokale helden die laten zien hoe Haarlemmers elkaar ondersteunen.

De burgemeester noemt dit het ‘sociale weefsel’ van Haarlem en roept op dit te koesteren, vooral in tijden van crisis. Hij wenst de inwoners wijsheid bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart en een voorspoedig 2026.

Hieronder vindt u de volledige tekst van de nieuwjaarstoespraak.

"Beste aanwezigen,

Welkom in de Gravenzaal, welkom in 2026. Ik ben blij dat we vanavond met elkaar het nieuwe jaar inluiden. Het wordt ongetwijfeld een bijzonder jaar. Ik zou kunnen spreken over dreigingsniveaus, geopolitieke spanningen en alweer een nieuw kabinet, maar ik wil het vanavond graag een beetje hoopvol houden. Hoewel, op korte termijn een nieuw kabinet zou hoopvol kunnen zijn overigens. Ik zou het erover kunnen hebben dat dit jaar de burgers van Haarlem hun vertegenwoordigers kiezen in de gemeenteraad. 

Toch wil ik het vanavond niet over bestuur en bestuurders hebben. We horen her en der van risico’s en gevaren, waardoor de overheid niet direct de burgers kan helpen. Dan sta je er alleen voor met of zonder je noodpakket. Alleen? Nee, zeker niet. In een stad als Haarlem zoeken we de kracht van hulp en gemeenschap, die juist in zulke crises van groot belang is. Is het met hulp, gemeenschapszin en verdraagzaamheid niet juist slecht gesteld in onze tijd? Nou, daar wil ik het wél over hebben en ik hou het vanavond dicht bij huis: bij de mensen, de plekken en de verhalen die deze stad maken. 

Dicht bij huis

Dicht bij huis, dat is ook precies waar het burgemeesterschap zich voor mij afspeelt. Niet alleen in dit huis van de stad, maar vooral dicht bij de mensen die deze stad maken. Ik wandel regelmatig ‘s avonds door de stad. Het is mijn manier om fit te blijven, maar ook om vinger aan de pols te houden - te zien wat er leeft, te horen wat er speelt. 

Tijdens die wandelingen spreken mensen mij aan, en het is niet zelden dat ik thuis kom met een lijstje opmerkingen van Haarlemmers die zien wat er beter kan. 

Bijzondere gebeurtenissen

Naast deze spontane gesprekken ontmoet ik veel Haarlemmers in verschillende situaties. Bovendien mag ik als burgemeester op verschillende momenten meekijken bij bijzondere gebeurtenissen in de stad en bij Haarlemmers thuis. Dit toont mij telkens weer wat deze stad zo bijzonder maakt. Soms zit die les in iets groots, maar vaker nog in een heel persoonlijk verhaal dat ineens iets zegt over generaties Haarlem.

Ik ontmoet mensen die 100 jaar zijn geworden en spreek bruidsparen die al 65 jaar of langer getrouwd zijn. Zij geven mij allemaal, op hun eigen manier, iets mee. Bijvoorbeeld dat bepaalde problematiek zich herhaalt. Zij vertellen mij dat ook zij geen woning konden vinden toen ze trouwden en nog lange tijd bij pa en moe op zolder woonden. Soms heel lang.

Zoals de mevrouw van 100 die al meer dan 98 jaar in hetzelfde huis woont. Ze kwam er wonen toen ze ruim een jaar was. Haar man kwam er ook wonen na hun huwelijk. Ze zorgde voor haar ouders toen ze ziek werden. Haar kinderen groeiden er op en vlogen uit, maar zorgen wel een beetje voor haar, waardoor zij ook nu nog in dit huis kan blijven wonen.

Liefdevolle zorg

Wat mij in dat verhaal raakte, was niet alleen de geschiedenis van één huis, maar de vanzelfsprekendheid waarmee mensen voor elkaar blijven zorgen. Die liefdevolle zorg kom ik veel tegen. Kinderen en kleinkinderen die ervoor zorgen dat hun vader, moeder, opa of oma zelfstandig kan blijven wonen op de plek waar ze dat het liefst doen. Niet omdat de overheid dat van hen vraagt, maar omdat zij zien dat dit het beste is voor de persoon waar zij van houden.

Diezelfde betrokkenheid zie ik niet alleen achter de voordeur. Ik zie haar overal in de stad: op straat, in buurten en in verenigingen. Deze stad loopt vol met mensen die hun steentje bijdragen.

Paul Waye liep in mei 1300 kilometer hard door Nederland om afval onderweg op te ruimen, de bewoners rond het Zaanenpark bouwden hun Posthuis na een brand zelf weer op, ik was in de Vijfhoek bij het Uurtje van het Buurtje waar buren elkaar graag helpen, bij een feest in het Rozenprieel zag ik de buurt genieten van de zomer, en op de buurtcamping aan de Molenplas konden kinderen voor het zesde jaar hun tent opzetten.

Het zijn verschillende verhalen, op verschillende plekken, maar ze komen voort uit hetzelfde gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaar.

In beweging bij onrecht

Dat sociale kompas van de stad zet de samenleving ook in beweging bij onrecht. Toen Trevor, een asielzoeker, tijdens het uitgaan werd mishandeld, vermoedelijk omdat hij gay is, stond de gemeenschap voor hem klaar om hem een hart onder de riem te steken en duidelijk te maken dat dit geweld geen plaats heeft in Haarlem. We doorbraken samen de stilte rond grensoverschrijdend gedrag tegen vrouwen. Niet omdat de overheid het wil, maar omdat de urgentie en het belang tot diep in de samenleving worden gevoeld.

Juist daar, op die momenten, laat Haarlem zien wat het kan zijn. Als stad kunnen wij samen heel veel aan. Die kracht zit niet alleen in daden, maar ook in hoe we naar onszelf kijken. In verhalen. In verbeelding.

De vleugelman

Het afgelopen jaar kwam de biografie van de bijzondere Haarlemmer Godfried Bomans uit. Zijn biografie kreeg dezelfde titel als één van zijn sprookjes: De vleugelman, over een man die zo graag wil leren vliegen omdat hij naar de hemel wil zonder dood te gaan. Volgens zijn biograaf wilde Bomans vleugels hebben om terug te kunnen vliegen naar zijn verloren paradijs. Zijn kindertijd. Het verlangen naar het vervlogen geluk. Naar vroeger toen alles beter was. 

Dit sprookje werd vorig jaar opnieuw uitgebracht, geïllustreerd door een andere bijzondere Haarlemmer: Thé Tjong Khing. Ik kreeg een exemplaar. Ook dat is een voordeel van het burgemeesterschap: je krijgt soms zomaar boeken. Ik ben daar heel blij mee, want ik hou van boeken. Mijn vrouw probeert mijn collectie te snoeien, dus die is er iets minder blij mee. Maar dit sprookje viel bij heel de familie in goede aarde. Khing had namelijk mijn gelijkenis op de eerste pagina gevangen in een paar pennenstreken. Hij had van de burgemeester een vleugelman gemaakt.

Een burgemeester staat boven de partijen, maar niet boven de mensen. In die zin voel ik mij geen vleugelman. Ik zoek ook geen vleugels om terug te vliegen naar een verloren paradijs. Maar ik grijp naar de vleugels van de hoop. Ik wil kijken naar het geluk om ons heen. Waar mensen er zijn voor elkaar. Dat maakt ons burgers van deze mooie stad: mensen die naar elkaar omkijken. Dat maakt ons weerbaar, ook als crisis dreigt of spoken worden opgeroepen. 

Misschien is dat wel een passende gedachte aan de vooravond van een nieuw politiek jaar. 

Wensen voor de stad

We zullen spreken over de wensen voor deze stad. Wat is er nodig? Wat moet blijven? Wat kan weg? Wat zou fantastisch zijn? Ik hoop ook op aandacht voor: hoe helpen we deze stad, die al heel veel aan kan, verder?

Ikzelf vervolg mijn wandelingen door de stad ook in 2026 en ben benieuwd naar uw verhalen. Van partijen, van Haarlemmers. Naar de hoop en naar het zoeken van geluk voor elkaar. Kijk nu om je heen om te zien wie als er een crisis komt jou nodig heeft. Laten we het sociale weefsel van deze stad koesteren. Want dat maakt ons sterk en weerbaar. 

Ik wens alle Haarlemmers wijsheid bij hun keuze in maart, en natuurlijk iedereen de beste wensen voor 2026."

Wilt u iedere week het laatste nieuws, mooie verhalen en tips over Haarlem lezen? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief